Teyler Net

Behind the scenes of the Teylers Museum

728 - De Zondvloedmens door schrijver Frank Westerman

De zondvloedmens

Op een dag waarop mijn dochter niet naar de crèche ging, nam ik haar mee naar het Teylers-museum in Haarlem.
  “Kom, we gaan naar het schelpenmuseum.” Het weer was mooi genoeg om een treinhalte extra te blijven zitten en naar het strand te gaan – wat zou neerkomen op schelpen verzamelen.
  “Ze hebben er ook hele bijzondere stenen. Fossielen heten die.”
  Vera, bijna drieëneenhalf, kauwde even op de aangereikte woorden en vroeg toen: “Wat is dat, fossielen?”
  We liepen van het station langs het Spaarne met uitzicht op de koepelgevangenis, Vera hoog op mijn schouders. “Niet je handjes voor mijn ogen”, had ik al drie keer geroepen, waarna ze ze gierend van de lach terugschoof onder mijn kin, als het riempje van een helm.
  Ik kwam voor één bepaald fossiel dat zich al twee eeuwen in het Teylers bevond. Wereldwijd stond het stuk bekend onder de naam homo diluvii testis/de mens die getuige was van de zondvloed – in 1725 ontdekt door de Zwitser Johann Jacob Scheuchzer.
  Een fossiel is een afdruk, hoorde ik mezelf zeggen, van een plantje of een beestje op een steen. “Zoiets als van je voet op het zand.”
  Dit schreeuwde om nieuwe vragen, maar voorlopig bleef het een poosje stil daarboven.
  De ‘zondvloedmens’ was strikt genomen niet eens een afdruk; het ging om een versteend geraamte. Zijn naamgever en eerste beschrijver was Johann Jacob Scheuchzer, geneesheer en natuurvorser te Zürich.
  Op de vraag ‘wat zijn fossielen?’ zou Scheuchzer een pasklaar antwoord hebben gegeven: tekenen van Gods almacht. Of, feitelijker: in rots gegrifte overblijfselen van de zondvloed. Hoe anders viel de aanwezigheid van schelpen, ammonieten en zoutwaterkreeften in de wanden van de Jungfrau of de Matterhorn te verklaren?
  De enige lastigheid was dat er nooit eens een versteend mensenskelet in een rotswand werd gevonden. Een theologische verklaring luidde dat God de zondaars zelfs geen fossiele overleving had gegund, maar Scheuchzer nam daar geen genoegen mee. Hij zocht en vond uiteindelijk – in een leisteengroeve bij de Bodensee – zijn homo diluvii testis. Bij wijze van toelichting schreef Scheuchzer: Het treurige beendergeraamte van een oude zondaar, alzo in de zondvloed verdronken.

Lees verder.

Frank Westerman in het museum met tentoonstellingsmaker Fred Pelt. Westerman sprak tijdens de opening van de tentoonstelling Noach's Ark in 2009.

Views: 95

Comment

You need to be a member of Teyler Net to add comments!

Join Teyler Net

© 2017   Created by H.Voogd.   Powered by

Badges  |  Report an Issue  |  Terms of Service

google30c3dae5c902f922.html