Teyler Net

Behind the scenes of the Teylers Museum

611 - Wie was de eerste museumdirecteur van Teylers Museum?

Charles Howard Hodges, Portret van Martinus van Marum, de eerste directeur van Teylers Museum, ca. 1826

Veertien jaar was Martinus van Marum toen hij in 1764 van Delft, waar hij op 20 maart 1750 was geboren, naar Groningen verhuisde om daar wijsbegeerte en medicijnen te gaan studeren. Voor zijn proefschrift koos hij de anatomie en de fysiologie van de plant als onderwerp - hij was eigenlijk kweker en zadenverzamelaar. Op 7 augustus 1773, 23 jaar oud, promoveerde hij tot doctor in de wijsbegeerte en enkele weken later behaalde hij zijn graad in de medicijnen.

Hij hoopte zijn hoogleraar botanie Petrus Camper op te volgen, maar de universiteit passeerde hem. Hij keerde de botanie op slag de rug toe en verdiepte zich in de elektriciteitsleer. De resultaten van proeven met een zelfgebouwde elektriseermachine, die hij in 1776 publiceerde, werden in de wetenschappelijke wereld enthousiast ontvangen.

In hetzelfde jaar streek Van Marum in Haarlem neer waar het bloeiende intellectuele leven hem aantrok. Tot aan zijn dood in 1837 speelde Van Marum een belangrijke rol in Haarlems culturele leven. Als doctor in de wijsbegeerte en wiskunde hield hij vanaf 1777 openbare lessen en in hetzelfde jaar werd hij directeur van het Naturaliënkabinet van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, die hij vanaf 1794 bovendien als secretaris zou dienen.

Ondertussen was hij in 1778 lid geworden van Teylers Tweede Genootschap en in 1784 aangesteld als directeur van het Museum en de Bibliotheek van Teylers Stichting. In elk van de genoemde functies richtte hij zich op de verspreiding van wetenschappelijke kennis en ideeën. Daarnaast was hij ook zelf als onderzoeker werkzaam. Deze activiteiten gaven hem internationale bekendheid.

Van Marum was vasthoudend en eigenzinnig, nam geen blad voor de mond en was scherp in zijn kritiek. Daar stond Van Marums sterke betrokkenheid bij humanitaire problemen tegenover. Hij spande zich in op medisch en daaraan verwante gebieden en pleitte regelmatig voor technisch onderwijs voor de bevolking.

Als natuuronderzoeker volgde Van Marum de lijn van ’s-Gravezande en Van Musschenbroek: experimenteel, sterk empirisch (op waarnemingen gebaseerd) onderzoek. Ook wat betreft de natuurlijke historie volgde hij de 18de-eeuwse traditie: het aanleggen van verzamelingen en het systematisch rangschikken daarvan.

Aan de overgang van de natuurlijke historie naar de biologie, die rond 1830 een echte wetenschap werd, leverde hij geen bijdrage. Hij bleef een verzamelaar. Dat maakt voor zijn verdiensten niets uit. In zijn bloeitijd was hij in de Nederlanden één van de grootsten. En de unieke verzamelingen die hij in Teylers Museum heeft aangelegd, zijn een blijvende herinnering aan deze karaktervolle man.

Deze tekst is eerder verschenen op: www.teylersuniversum.nl

Views: 36

Comment

You need to be a member of Teyler Net to add comments!

Join Teyler Net

© 2018   Created by H.Voogd.   Powered by

Badges  |  Report an Issue  |  Terms of Service

google30c3dae5c902f922.html