Teyler Net

Behind the scenes of the Teylers Museum

608 - Het verhaal van dit portret van Martinus van Marum

Charles Howard Hodges, Portret van Martinus van Marum, de eerste directeur van Teylers Museum, ca. 1826


Martinus van Marum
Martinus van Marum (1750-1837) was rond 1800 een van de meest vooraanstaande natuurwetenschappers van Nederland. In 1784 werd hij door Teylers Stichting aangesteld als eerste directeur van het datzelfde jaar geopende museum en de bijbehorende wetenschappelijke bibliotheek. In die rol was Van Marum grondlegger van de natuurwetenschappelijke verzamelingen van het museum (1).

Opdracht voor een portret
Zijn bijdrage aan de faam van Teylers Museum als wetenschappelijk instituut in die dagen was zeer groot. Vandaar dat in 1826 de vijf directeuren van Teylers Stichting aan de Haarlemse kunstenaar Woutherus Mol* de opdracht gaven om Van Marums portret te schilderen. Het resultaat werd door de stichtingsdirecteuren in ontvangst genomen op 29 september 1826 'met de betuiging van (...) tevredenheid voor de goede uitvoering.' (2)

Smaken verschillen
Het schilderij beviel Van Marum echter veel minder. 'Bij herhaling' verzocht hij de stichting om het portret te laten vernietigen, omdat het 'naar het oordeel zijner vrienden deszelfs gelijkenis niet getroffen' had. Twee jaar na voltooiing van het schilderij gaven de directeuren alsnog toe aan Van Marums wens, al besloten zij uit medeleven met Mol het portret enkel voor het publiek te verbergen, voorzien van een briefje dat het pas na het overlijden van de kunstenaar vernietigd mocht worden. (3)

Een nieuw portret
Ter vervanging van Mols schilderij bood Van Marum de stichting het hier afgebeelde portret aan, geschilderd door Charles Howard Hodges. Dat aanbod werd echter afgeslagen, vooral vanwege de verstoorde verhouding met de eigenzinnige Van Marum. (4) Deze afwijzing kan dan ook nauwelijks aan de kwaliteit van het portret hebben gelegen. De Engelsman Hodges had sinds zijn verhuizing naar Nederland in 1792 een grote reputatie opgebouwd als portretschilder van de Nederlandse elite. Met het gestileerde realisme van zijn schilderijen zorgde hij voor een subtiele idealisering van de geportretteerden. Hier schilderde hij de vijfenzeventigjarige Van Marum met zijn rimpels duidelijk zichtbaar en een kraag vol wit poeder dat van zijn grijze haren is gevallen. Toch gaf Hodges hem bovenal een voorname uitstraling, waarbij door de neutrale achtergrond en de soberheid van Van Marums sociale positie in de vorm van zijn onderscheiding als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw op zijn revers.

Hoe het portret alsnog bij Teylers Museum kwam
Een tweede uitgebreide versie van dit portret bevindt zich bij de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, het Haarlemse geleerde genootschap waar Van Marum meer dan vijftig jaar aan verbonden was. Hodges schilderde dat portret in 1826, vermoedelijk naar dit schilderij dat Van Marum niet lang daarvoor zal hebben besteld bij de kunstenaar. (5) Na de afwijzing door Teylers Stichting liet Van Marum het portret na aan zijn zoon Martinus, geboren uit de verhouding met zijn huishoudster Josina Johanna Keer. Dankzij een schenking van hun nazaten, kwam het schilderij in 1999 alsnog in de collectie van het museum.

Dit artikel is verschenen in de tentoonstellingscatalogus De Romantische Ziel. Schilderkunst uit de Nederlandse en Russische romantiek, geschreven door conservator tentoonstellingen Kunstverzamelingen Terry van Druten.


(1) Zie o.a. Johan ter Molen, 'Martinus van Marum' in: Jan Hendrik van Borssum Buisman e.a., 'Teyler' 1778-1978. Studies en bijdragen over Teylers Stichting naar aanleiding van het tweede eeuwfeest, Haarlem/Antwerpen 1978, p. 122-125; A. Wiechmann, L.C. Palm (red.), Martinus van Marum 1750-1837. Een elektriserend geleerde, Haarlem 1987.

(2). Archief Teylers Stichting nr 7 (notulen 24 maart 1826). Later schrijven directeuren dat zij in het schilderij 'niet alleen een nieuw bewijs zagen van het erkende kunsttalent des schilders, maar ook [dat zij] de gelijkenis van den persoon, wiens beeltenis zij der vergetelheid wenschten te ontrukken, zóó wel getroffen vonden dat zij niet dan met de grootse bevreemding een tegenovergesteld gevoelen daaromtrent van uwe [Van Marums] zijde vernamen'. Archief Teylers Stichting nr. 8 (notulen 13 juni 1828).

(3) Archief Teylers Stichting nr. 8 (notulen 13 juni 1828)

(4) Archief Teylers Stichting nr. 8 (notulen 13 juni 1828)

(5) A.C.A.W. van der Feltz, Charles Howard Hodges 1764-1837, Assen 1982, nr. 356, p. 208. Zie ook Ter Molen 1978 (noot 1), p. 124-125, noot 9.

Views: 139

Comment

You need to be a member of Teyler Net to add comments!

Join Teyler Net

© 2018   Created by H.Voogd.   Powered by

Badges  |  Report an Issue  |  Terms of Service

google30c3dae5c902f922.html