Teyler Net

Behind the scenes of the Teylers Museum

432 - Monsterlijke insecten in Boekenkabinet! Vanaf 4 juni...

Wie over insecten begint hoeft voorlopig niet uitgepraat te zijn. Ze vormen verreweg de meest omvangrijke groep dieren, met ongeveer een miljoen beschreven soorten plus naar schatting enkele miljoenen meer, die nog op ontdekking wachten. Er bestaat een ontzaglijke vormenrijkdom maar toch is er een karakteristieke lichaamsopbouw, en wel in drieën: kop, borststuk en achterlijf. Aan het borststuk zitten de zes poten en de vleugels, indien aanwezig. In het achterlijf zitten de spijsverterings- en uitscheidingsorganen en ook het grootste deel van het ademhalingsstelsel, met als interessantste onderdeel de ademhalingsbuisjes. De insecten vormen een klasse van de geleedpotigen en zijn op hun beurt weer verdeeld in een dertigtal orden. Hun grote verscheidenheid komt tot uiting in de verschillen die er bestaan in uiterlijk, voortplanting, groei, gedrag, de rol die ze spelen in hun ecosysteem en hun ouderdom (de oudste vondsten dateren uit het Devoon, zo’n 350 miljoen jaar geleden).

 

De entomologie is een goed ontwikkelde tak van de natuurlijke historie. Het vak komt op in de zeventiende eeuw, niet geheel toevallig ook de eeuw waarin het microscoop werd uitgevonden. En met gepaste trots stellen wij vast dat een van de pioniers een Nederlander was: Jan Swammerdam (1637-1680). Ieder kent – of behoort althans te kennen -  zijn zowel hoofd als hart bekorend meesterwerk Ephemeri vita uit 1675, waarin hij, zeer sterk religieus geïnspireerd, het leven van de eendagsvlieg behandelt als allegorie van het mensenleven. Teylers Bibliotheek heeft weliswaar nòg zo’n 765 insectenboeken, maar ik kan het niet nalaten juist dit, waarvan de volledige titel reeds leest als een boek, als paradepaardje op te voeren:

Ephemeri vita of afbeeldingh van ’s menschen leven, vertoont in de wonderbaarelijcke en nooyt gehoorde historie van het vliegent ende een-dagh- levent Haft of Oever-aas. Een dierken, ten aansien van sijn naam, over al in Neerlandt bekent: maar het welck binnen de tijt van vijf uuren groeyt, geboren wordt, jongh is, twee-maal vervelt, teelt, eyeren leght, zaad schiet, out wordt, ende sterft. Waar in, als oock ontrent, verscheyde andere dierkens, veele ongehoorde, ende tot noch toe verborgene wonderen, tot kennisse Godts, ende onses selfs, uyt de natuur ontdeckt worden. Alles deur den Autheur met figuren na het leeven afgebeelt.`

 Het werk van Swammerdam maakt deel uit van een keur aan zeventiende-, achttiende-, negentiende en vroeg twintigste-eeuwse plaatwerken die de wereld van de insecten tonen. Griezeligheid, engheid, monsterachtigheid hebben bij de keus als gelegenheidscriterium gediend, maar men hoeft zich hierdoor niet af te laten schrikken. Daartoe is voldoende zich bij het betreden van het Boekenkabinet te realiseren, dat die monsterachtigheid, evenals de schoonheid trouwens, slechts bestaat in het oog van de waarnemer. Bij wijze van voorproefje loop ik met u alvast enige van de tentoongestelde werken langs.

 

Een van de recentste boeken in de expositie is Die exotischen Käfer in Wort und Bild uit 1908. Een werk dat museummedewerkers de stuipen op het lijf kan jagen want hierin wordt onder meer de boktor behandeld, waarvan de larven zich voeden met hout en daarbij cultureel erfgoed niet sparen.

Exotic insects, uit 1770, toont de Herculeskever, een beestje dat tot achthonderdvijftig keer zijn eigen gewicht kan dragen en daarmee het relatief sterkste wezen ter wereld is.

Van Caspar Stolls tweedelig werk over spoken, wandelende bladen, sprinkhanen, krekels en kakkerlakken uit 1813 zijn beide banden te zien. Stoll, in het dagelijks leven ‘commies ter Admiraliteit’ in Amsterdam, besteedde al zijn vrije tijd aan de entomologie. Dit werk heeft hij overigens niet af gekregen; het werd na zijn dood in 1795 voortgezet door Martinus Houttuyn.

De Amsterdamse apotheker Albertus Seba bracht een gigantische verzameling bijeen op het gebied van de natuurlijke historie; zijn netwerk van VOC-employées  bewees hem daarbij goede diensten. In 1716 verkocht hij dit rijke bezit aan de Russische tsaar Peter de Grote en begon opnieuw. Ditmaal werd alles in woord en beeld vastgelegd. Deze ‘catalogus’ verscheen in vier dikke delen tussen 1734 en 1765, de laatste twee postuum. (In 2001 bracht Taschen een fraaie reprint uit van alle platen op basis van het ingekleurde exemplaar van de Koninklijke Bibliotheek.)

Ook het allereerste grote werk op het gebied van de microscopische entomologie is op de tentoonstelling aanwezig: Micrographia van Robert Hooke. Het is het belangrijkste boek van deze veelzijdige geleerde, wiens voornaamste werkterrein overigens de mechanica was. Zijn naam is onverbrekelijk verbonden met de Royal Society of London, het eerste grote wetenschappelijk genootschap, waar hij als Curator of Experiments de motor was van de activiteiten. De eerste druk van Micrographia is van 1665; hier wordt een herdruk uit 1745 getoond. Hooke’s veelzijdigheid blijkt ook uit dit werk, want behalve een natuurhistorische staalkaart in woord en beeld ontvouwt hij er ook nog een lichttheorie en een verbrandingstheorie in! En wat dat beeld betreft: Hooke vervaardigde zelf de tekeningen bij zijn microscopische observaties, en mede daardoor blijft het boek tot op de dag van vandaag tot de verbeelding spreken. Wie ooit zijn tekeningen van de vlieg en de luis heeft gezien zal dit moeiteloos beamen. Over monsterachtige insecten gesproken!  

Tenslotte vestig ik graag nog de aandacht op een deel van George Cuviers grote werk Le règne animal, waarvan de publicatie de jaren 1836-1849 omspande. We hebben het niet kunnen laten - the end is where you start from - om ook hier weer de boktor ten tonele te voeren, ditmaal in de gedaante van de zogenaamde harlekijnboktor (Acrocinus longimanus).

Views: 187

Comment

You need to be a member of Teyler Net to add comments!

Join Teyler Net

© 2020   Created by H.Voogd.   Powered by

Badges  |  Report an Issue  |  Terms of Service

google30c3dae5c902f922.html